Het had net geregend. De pijpestelen waren net achter de bocht verdwenen of hij veerde recht om zijn opgeblonken voetbalschoenen, maat 43, van de graszoden te laten genieten. Lange noppen, 18mm, net op het randje van het toelaatbare, glansden bij de aanschijn van het waterzonnetje dat de eerste sprieten deed opdrogen. Maar het was hem eender, het moest en zou zijn dag worden. Hij ademde diep en stormde het veld op bij het aanhoren van het hoefgetrappel voor hem. Als een gexf6liede machine stormden ze met z’n elven de grasmat op, uitgefloten door zo’n 300 stomdronken lokale supporters die niet eens het verschil zouden zien tussen een haarfijn verzorgde hanekam of een weerborstel. Het moet gezegd, hun adem bereikte de middenstip nog niet. Want daar zou het allemaal gebeuren. De Roden tegen de Witten, een strijd op leven en dood. Inzet: eeuwige roem in een dorp van zo’n 2000 inwoners. Eeuwig tot de volgende match, in de terugronde. Het mes tussen de tanden, ook al stonden drie van je beste vrienden als schapen te lachen bij de tegenstanders. Ze zouden het geweten hebben…
Geposteerd op de linkerflank, want de trainer meende zijn naar binnen snijden als ultiem wapen te kunnen uitspelen, gevolgd door een harde loeier in de bovenhoek. Daar had hij alleszins nachtenlang van gedroomd, wetende dat er geen andere optie was. Winnen of sterven. Want zo gaat dat in een burentreffen. Er bestaat geen gulden middenweg. En wie wil er nu wekenlang de schande van smadelijk verlies met zich meedragen.
Er zat niks anders op dan te winnen. Het fluitsignaal had reeds enkele minuten eerder weerklonken, en zorgde voor een hels kabaal doorheen de gesmeerde kelen van de beide supportersclans. Het was geen zicht. Oude venten met tot op het bot afgebleekte sjaals die omalief samen met haar kanten lingerie verkeerdelijk had gewassen. Afgebleekt noemen ze dat dan, ik kan me wel een treffender woord inbeelden. Of hoe tandenloze intelligent uitziende mannen met een buikje iedere zwartzak naar de verdoemenis wensen. Er was maar xe9xe9n zwarte op het veld terug te vinden, net voldoende om hem tot racist te bombarderen. Het zat hem alleszins niet mee. Hoe hij ook poogde om de gemoederen te bedaren, doodschoppen en flagrante fouten stapelden zich als Paninistickers op en leken de wedstrijd in een ordinaire vechtpartij te doen ontaarden.
Een eerste gele kaart: De Witte was op een Costagewijze manier even de middelpuntvliedende kracht van zijn elleboog uit het oog verloren. Of de neus van z’n tegenstander, want deze bleek heel even alle kanten uit te wijzen. Of hoe adrenaline een mens tot het rechten van z’n eigen reukorgaan kan aanzetten. De eerste helft bleef maar aanmodderen en de 0-0 ruststand was dan ook meer dan logisch. Even op de massagetafel, opkomende pijntjes wegwerken en hopen op die ene voltreffer. Want de kansen waren schaars, onbestaande zelfs. En de muziek schalde voort, Arrividerci Hans, of hoe een welgemeende fuck you ons aan de vijandige sfeer hielp onthouden.
Terwijl dezelfde tweexebntwintig aan de tweede helft begonnen, was zij ondertussen aangekomen. Haar werk bij de plaatselijke bakker had haar de overbodige eerste helft doen missen. De carrxe9confituurkes en pistolets waren razendsnel in de zakken van haar laatste klanten verdwenen, gesticulerend naar de match van het jaar. Een puntig zadel, achterop een kinderzitje, brachten haar ferm uit de kluiten gewassen billen naar het voetbalveld op de rand van het dorp. In de verte hoorde ze reeds de afzichtelijk tronies hun liederen afsteken, maar toch deed de gedachte aan zijn gespierde kuiten haar trapfrequentie sneller gaan. De spanning was alleszins te snijden. En met de 0-0 kon het nog steeds alle kanten uit.
Hij had haar de eerste helft reeds gezocht, maar wist dat ze het zo vroeg nooit kon halen. De tweede helft keek hij dan ook verlangend uit om even een glimp van haar stralende ogen op te vangen. Hoezeer hij ook wou scoren, haar aanschijn was des te belangrijker voor hem. Onsterfelijkheid is wel leuk, maar wat doe je ermee als je het niet kunt delen. En zo speelde hij de eerste minuten van de tweede helft met de handrem op, wachtend tot zijn hart een slag zou overslaan wanneer hij haar zag. En hij merkte haar op, met de spierwitte jurk die ze beloofd had te dragen. Ze deed hem steeds alles vergeten, sprakeloos en ze handkuste hem gedag. Een fractie van een seconde, maar voldoende om de turbo aan te zetten. En hij zou schitteren, alleen voor haar…
De regionale krant had het over weergaloos, de sportkatern over een sprookje. Zij hadden het over de wedstrijd uiteraard, niet wetende welke duivel zich van hem meester had gemaakt. Welke drijfveer hem tot ongekende hoogten stuwde. Maar hij wist het, en zij wist het en laat dat nu toevallig het enige van tel zijn…
Kusje op je voorhoofd…